Streekmuseum De Meestoof | Ier bluuf je kieke!
Altijd al eens willen weten hoe de mensen vroeger leefden en waar ze werkten? Hoe gingen de mensen vroeger eigenlijk gekleed in de Thoolse klederdracht? Hoe zag een schoolklas eruit in 1910? En hoe leerden de kinderen in die tijd? Streekmuseum De Meestoof geeft een mooi overzicht van het vroegere leven en de cultuur op de eilanden Tholen en Sint Philipsland.
In ons museum, gevestigd in het voormalige gemeentehuis van Sint-Annaland, worden de meekrap, Thoolse sieraden en klederdracht extra in het zonnetje gezet. Ontdek tevens de bijzondere kunst van keramist, schilder en glaskunstenaar Chris Lanooy. Bijzonder is de Noorse woning (geschonken aan Nederland bij de wederopbouw na de watersnoodramp van 1953) die op ons terrein staat.
Behalve deze museumstukken hebben we ook een echte museumwinkel waarin je allerlei artikelen kunt kopen die een Thoolse of Zeeuwse link hebben.
Expositie die nu is te zien in ons museum
Landschappen van Ben van Rooij in de opkamer
‘Als kunstenaar je zelf vormen’
In de opkamer van het museum tonen wij werk van Ben van Rooij. Thoolse landschappen en gezichten op de Oosterschelde waren geliefde onderwerpen. Van Rooij werd in 1921 in Goirle geboren en overleed in 1985 in Sint-Maartensdijk. Hij ontwikkelde een impressionistische stijl, schilderde met olieverf, gouache en aquarel. Ook zijn pentekeningen van hem bekend.
Aangetrokken door de kust en de zee, woonde Van Rooij onder meer in Retranchement in Zeeuws-Vlaanderen en sinds 1973 in Sint-Maartensdijk waar hij rustig in zijn atelier kon werken. Van Rooij kreeg les, maar beschouwde zichzelf vooral als autodidact. ‘Als kunstenaar moet je jezelf kunnen vormen,’ was zijn lijfspreuk.
In 1992 kocht het museum twee werken van hem aan, in 2021 schonk de familie Van Rooij vijf werken aan De Meestoof. Een jaar later werd de collectie verrijkt met vijf werken van Rabobank Nederland. Een selectie is nu te zien.
Van schelpen tot bitcoin

En hoe mensen probeerden te speculeren door tulpen of aandelen te kopen die van de ene op de andere dag hun waarde verloren. Op de nieuwe expositie is het meeste geld nep of al lang niet meer in gebruik. Wel is te zien hoe er met de centjes of betaalmiddelen werd omgegaan of moest worden omgegaan.
Op Tholen was zout ooit een betaalmiddel. De soldaten uit het Romeinse leger werd met zout betaald. Op een van de schilderijen is te zien hoe het zout uit veen werd gewonnen. Maar ook hoe het de ondergang betekende van Moggershil bij Stavenisse en de stad Reimerswaal, de derde stad van Zeeland. In die tijd schilderde Marinus van Reymerswale ‘De geldwisselaar en zijn vrouw’, waarop te zien is hoe ze gouden munten tellen. Die spreken nog steeds tot de verbeelding. Zeker nu de goudprijs hoog is. In 1980 werd in Sint-Maartensdijk een pot met 387 gouden munten gevonden, waaronder Spaanse escudo’s die toen ook als betaalmiddel gebruikt werden.

Maar er is ook aandacht voor de spaarzin van ons volk. Kinderen kregen al jong een spaarbankboekje. En een spaarpotje om één keer per jaar naar de lokale Boerenleenbank te gaan om ze te legen. De spaarpotjes wisselden van vorm en kleur. Vaak was het een varkentje, maar het kon ook een eekhoorntje of een bijenkorfje zijn. Sparen leidt tot welvaart is lang de lijfspreuk geweest. Tot de rente daalde en zelfs negatief werd. Daar is beleggen voor in de plaats gekomen, met alle risico’s van dien. Ook dat is te zien in de koersschommelingen van de cryptomunt.
Geld, het is een gewild gespreksonderwerp. Geld dat zuur is verdiend of verdiend als water. Geld waarin je kunt zwemmen, waarmee je kunt smijten of waar tekort aan is. En wie koopt er eieren voor zijn geld?